Publications

Displaying 101 - 109 of 109
  • Senft, G. (1992). Everything we always thought we knew about space - but did not bother to question. Working Papers of the Cognitive Anthropology Research group at the MPI for Psycholinguistics, 10.
  • Senft, G. (1992). What happened to "the fearless tailor" in Kilivila: A European fairy tale - from the South Seas. Anthropos, 87, 407-421.
  • Seuren, P. A. M. (1981). Tense and aspect in Sranan. Linguistics, 19(11/12), 1043-1076. doi:10.1515/ling.1981.19.11-12.1043.
  • Seuren, P. A. M. (1981). Taaluniversalia. In W. De Geest, R. Dirven, & Y. Putseys (Eds.), Twintig facetten van de taalwetenschap (pp. 112-126). Louvain: Acco.
  • Seuren, P. A. M. (1981). Taalvariatie en de variabele regel. Gramma, 5(1), 51-54.
  • Skiba, R., & Dittmar, N. (1992). Pragmatic, semantic and syntactic constraints and grammaticalization: A longitudinal perspective. Studies in Second Language Acquisition, 14, 323-349. doi:10.1017/S0272263100011141.
  • Van Wijk, C., & Kempen, G. (1981). Het effect van sociale klasse en gesprekssituatie op het gebruik van connectieven in mondeling en schriftelijk taalgebruik. Tijdschrift voor Taalbeheersing, 3, 203-209.

    Abstract

    Van den Broeck (1977, 1980) heeft een pragmatische interpretatie voorgesteld voor de verschillende wijzen waarop leden van hogere en lagere sociaal-economische klassen hun taaluitingen syntaktisch struktureren. Ter ondersteuning hiervan presenteerde hij gegevens m.b.t. gemiddelde zinscomplexiteit bij sprekers uit twee sociaal- conomische klassen in formele en informele gesprekssituaties. Het in dit artikel gerapporteerde onderzoek slaagt er niet in van den Broeck's uitkomsten te repliceren. Waarschijnlijk berusten ze op een contaminatie van gesprekssituatie met taalkeuze (standaardtaal vs. lokaal dialekt). Mede op basis van de nieuwe gegevens wordt i.p.v. de pragmatische interpretatie een vaardigheidsinterpretatie voorgesteld. T.g.v. vooropleiding en beroep beschikken leden van verschillende sociaal- economische klassen over uiteenlopende vaardigheidsniveaus in verhalend (narrative) en verklarend (expository) taalgebruik. Dit uit zich in het gebruik van connectieven: funktiewoorden die logischsemantische relaties tussen proposities uitdrukken.
  • Vonk, W., Hustinx, L. G., & Simons, W. H. (1992). The use of referential expressions in structuring discourse. Language and Cognitive Processes, 301-333. doi:10.1080/01690969208409389.

    Abstract

    Referential expressions that refer to entities that occur in a text differ in lexical specificity. It is claimed that if these anaphoric expressions are more specific than necessary for their identificational function, they not only relate the current information to the intended referent, but also contribute to the expression of the thematic structure of the discourse and to the comprehension of the thematic structure. In two controlled production experiments, it is demonstrated that thematic shifts are produced when one has to make use of such an overspecified expression, and that overspecified referential expressions are produced when one has to formulate a thematic shift. In two comprehension experiments, using a probe recognition technique, it is shown that an overspecified referential expression decreases the availability of information contained in a sentence that precedes the overspecification. This finding is interpreted in terms of the thematic structuring function of referential expressions in the understanding of discourse.
  • Weissenborn, J. (1981). L'acquisition des prepositions spatiales: problemes cognitifs et linguistiques. In C. Schwarze (Ed.), Analyse des prépositions: IIIme colloque franco-allemand de linguistique théorique du 2 au 4 février 1981 à Constance (pp. 251-285). Tübingen: Niemeyer.

Share this page