Gerard Kempen

Publications

Displaying 1 - 15 of 15
  • Kempen, G., & Harbusch, K. (2018). A competitive mechanism selecting verb-second versus verb-final word order in causative and argumentative clauses of spoken Dutch: A corpus-linguistic study. Language Sciences, 69, 30-42. doi:10.1016/j.langsci.2018.05.005.

    Abstract

    In Dutch and German, the canonical order of subject, object(s) and finite verb is ‘verb-second’ (V2) in main but ‘verb-final’ (VF) in subordinate clauses. This occasionally leads to the production of noncanonical word orders. Familiar examples are causative and argumentative clauses introduced by a subordinating conjunction (Du. omdat, Ger. weil ‘because’): the omdat/weil-V2 phenomenon. Such clauses may also be introduced by coordinating conjunctions (Du. want, Ger. denn), which license V2 exclusively. However, want/denn-VF structures are unknown. We present the results of a corpus study on the incidence of omdat-V2 in spoken Dutch, and compare them to published data on weil-V2 in spoken German. Basic findings: omdat-V2 is much less frequent than weil-V2 (ratio almost 1:8); and the frequency relations between coordinating and subordinating conjunctions are opposite (want >> omdat; denn << weil). We propose that conjunction selection and V2/VF selection proceed partly independently, and sometimes miscommunicate—e.g. yielding omdat/weil paired with V2. Want/denn-VF pairs do not occur because want/denn clauses are planned as autonomous sentences, which take V2 by default. We sketch a simple feedforward neural network with two layers of nodes (representing conjunctions and word orders, respectively) that can simulate the observed data pattern through inhibition-based competition of the alternative choices within the node layers.
  • Diesveld, P., & Kempen, G. (1993). Zinnen als bouwwerken: Computerprogramma's voor grammatica-oefeningen. MOER, Tijdschrift voor onderwijs in het Nederlands, 1993(4), 130-138.
  • Dijkstra, T., & Kempen, G. (Eds.). (1993). Einführung in die Psycholinguistik. München: Hans Huber.
  • Dijkstra, T. (1993). Taalpsychologie (G. Kempen, Ed.). Groningen: Wolters-Noordhoff.
  • Kempen, G. (1993). Die Architektur des Sprechens [Abstract]. In O. Herzog, T. Christaller, & D. Schütt (Eds.), Grundlagen und Anwendungen der Künstlichen Intelligenz: 17. Fachtagung für Künstliche Intelligenz, Humboldt-Universität zu Berlin, 13.-16. September 1993 (pp. 201-202). Berlin: Springer Verlag.
  • Kempen, G. (1993). A cognitive architecture for incremental syntactic processing in sentence understanding and sentence production [Abstract]. In Abstracts of the International Conference on the Psychology of Language and Communication. Glasgow: University of Glasgow.
  • Kempen, G. (1993). Mensentaal als computertaal. Onze Taal, 62, 275-277.
  • Kempen, G. (1993). Naar geautomatiseerde Nederlandstalige informatiediensten. In N. Van Willigen (Ed.), RABIN uitGELUID: Tien persoonlijke bijdragen na zes jaar advisering over bibliotheken en informatie (pp. 42-51). Den Haag: RABIN.
  • Kempen, G. (1993). Spraakkunst als bouwkunst [Inaugural lecture]. Leiden: University of Leiden.
  • Kempen, G. (1993). Zinsontleding kan een exact vak worden. Levende Talen, 483, 459-462.
  • Kempen, G. (1981). De architectuur van het spreken. TTT: Interdisciplinair Tijdschrift voor Taal & Tekstwetenschap, 1, 110-123.
  • Kempen, G., & Van Wijk, C. (1981). Leren formuleren: Hoe uit opstellen een objektieve index voor formuleervaardigheid afgeleid kan worden. Tijdschrift voor Taalbeheersing, 3, 32-44.
  • Kempen, G., & Fokkema, S. (1981). Ten geleide. Nederlands Tijdschrift voor de Psychologie en haar Grensgebieden, 36, 345-346.
  • Kempen, G. (1981). Taalpsychologie. In H. Duijker, & P. Vroon (Eds.), Codex Psychologicus (pp. 205-221). Amsterdam: Elsevier.
  • Van Wijk, C., & Kempen, G. (1981). Het effect van sociale klasse en gesprekssituatie op het gebruik van connectieven in mondeling en schriftelijk taalgebruik. Tijdschrift voor Taalbeheersing, 3, 203-209.

    Abstract

    Van den Broeck (1977, 1980) heeft een pragmatische interpretatie voorgesteld voor de verschillende wijzen waarop leden van hogere en lagere sociaal-economische klassen hun taaluitingen syntaktisch struktureren. Ter ondersteuning hiervan presenteerde hij gegevens m.b.t. gemiddelde zinscomplexiteit bij sprekers uit twee sociaal- conomische klassen in formele en informele gesprekssituaties. Het in dit artikel gerapporteerde onderzoek slaagt er niet in van den Broeck's uitkomsten te repliceren. Waarschijnlijk berusten ze op een contaminatie van gesprekssituatie met taalkeuze (standaardtaal vs. lokaal dialekt). Mede op basis van de nieuwe gegevens wordt i.p.v. de pragmatische interpretatie een vaardigheidsinterpretatie voorgesteld. T.g.v. vooropleiding en beroep beschikken leden van verschillende sociaal- economische klassen over uiteenlopende vaardigheidsniveaus in verhalend (narrative) en verklarend (expository) taalgebruik. Dit uit zich in het gebruik van connectieven: funktiewoorden die logischsemantische relaties tussen proposities uitdrukken.

Share this page