Gerard Kempen

Publications

Displaying 1 - 14 of 14
  • Drolet, M., & Kempen, G. (1985). IPG: A cognitive approach to sentence generation. CCAI: The Journal for the Integrated Study of Artificial Intelligence, Cognitive Science and Applied Epistemology, 2, 37-61.
  • Kempen, G. (1985). Artificiële intelligentie: Bouw, benutting, beheersing. In W. Veldkamp (Ed.), Innovatie in perspectief (pp. 42-47). Vianen: Nixdorf Computer B.V.
  • Kempen, G. (1985). Psychologie 2000. Toegepaste psychologie in de informatiemaatschappij. Computers in de psychologie, 13-21.
  • Kempen, G., Schotel, H., & Pijls, J. (1985). Taaltechnologie en taalonderwijs. In J. Heene (Ed.), Onderwijs en informatietechnologie. Den Haag: Stichting voor Onderzoek van het Onderwijs (SVO).
  • Naffah, N., Kempen, G., Rohmer, J., Steels, L., Tsichritzis, D., & White, G. (1985). Intelligent Workstation in the office: State of the art and future perspectives. In J. Roukens, & J. Renuart (Eds.), Esprit '84: Status report of ongoing work (pp. 365-378). Amsterdam: Elsevier Science Publishers.
  • Van Wijk, C., & Kempen, G. (1985). From sentence structure to intonation contour: An algorithm for computing pitch contours on the basis of sentence accents and syntactic structure. In B. Müller (Ed.), Sprachsynthese: Zur Synthese von natürlich gesprochener Sprache aus Texten und Konzepten (pp. 157-182). Hildesheim: Georg Olms.
  • Kempen, G. (1981). De architectuur van het spreken. TTT: Interdisciplinair Tijdschrift voor Taal & Tekstwetenschap, 1, 110-123.
  • Kempen, G., & Van Wijk, C. (1981). Leren formuleren: Hoe uit opstellen een objektieve index voor formuleervaardigheid afgeleid kan worden. Tijdschrift voor Taalbeheersing, 3, 32-44.
  • Kempen, G., & Fokkema, S. (1981). Ten geleide. Nederlands Tijdschrift voor de Psychologie en haar Grensgebieden, 36, 345-346.
  • Kempen, G. (1981). Taalpsychologie. In H. Duijker, & P. Vroon (Eds.), Codex Psychologicus (pp. 205-221). Amsterdam: Elsevier.
  • Van Wijk, C., & Kempen, G. (1981). Het effect van sociale klasse en gesprekssituatie op het gebruik van connectieven in mondeling en schriftelijk taalgebruik. Tijdschrift voor Taalbeheersing, 3, 203-209.

    Abstract

    Van den Broeck (1977, 1980) heeft een pragmatische interpretatie voorgesteld voor de verschillende wijzen waarop leden van hogere en lagere sociaal-economische klassen hun taaluitingen syntaktisch struktureren. Ter ondersteuning hiervan presenteerde hij gegevens m.b.t. gemiddelde zinscomplexiteit bij sprekers uit twee sociaal- conomische klassen in formele en informele gesprekssituaties. Het in dit artikel gerapporteerde onderzoek slaagt er niet in van den Broeck's uitkomsten te repliceren. Waarschijnlijk berusten ze op een contaminatie van gesprekssituatie met taalkeuze (standaardtaal vs. lokaal dialekt). Mede op basis van de nieuwe gegevens wordt i.p.v. de pragmatische interpretatie een vaardigheidsinterpretatie voorgesteld. T.g.v. vooropleiding en beroep beschikken leden van verschillende sociaal- economische klassen over uiteenlopende vaardigheidsniveaus in verhalend (narrative) en verklarend (expository) taalgebruik. Dit uit zich in het gebruik van connectieven: funktiewoorden die logischsemantische relaties tussen proposities uitdrukken.
  • Kempen, G., & Boon van Ostade, A. (1969). Een typologie van ideaalbeelden van Europese jeugdigen door middel van de iteratieve clusteranalyse. Nederlands Tijdschrift voor de Psychologie, 24, 46-60.
  • Kempen, G., Hermans, B., Klinkum, A., Brand, M., & Verhaaren, F. (1969). The word-frequency effect and incongruity perception: Methodological artifacts? Perception and Psychophysics, 5(3), 161-162. doi:10.3758/BF03209549.

    Abstract

    Two experimental results often reported in support of perceptual interpretations concerning the influence of set on perception are critically examined: (a) the relation between word frequency and recognition threshold, and (b) the so-called compromise reactions between set and stimulus, Alter elimination of certain methodological artifacts (e.g., introduction of a temporal forced-choice method instead of the ascending-limits method), both phenomena disappear; the influence of set on perception appears to be wholly a matter of response bias.
  • Lutte, G., Mönks, F., Kempen, G., & Sarti, S. (1969). Ideaalbeelden van de Europese jeugd: Onderzoek in zeven landen van Europa: België - Belgique, Bundesrepublik Deutschland, España, France, Italia, Nederland, Portugal. 's-Hertogenbosch: L.C.G. Malmberg.

Share this page