Gerard Kempen

Publications

Displaying 1 - 16 of 16
  • Kempen, G. (1995). De mythe van het woordbeeld: Spellingherziening taalpsychologisch doorgelicht. Onze Taal, 64(11), 275-277.
  • Kempen, G. (1995). Drinken eten mij Nim. Intermediair, 31(19), 41-45.
  • Kempen, G. (1995). 'Hier spreekt men Nederlands'. EMNET: Nieuwsbrief Elektronische Media, 22, 1.
  • Kempen, G. (1995). IJ of Y? Onze Taal, 64(9), 205-206.
  • Kempen, G. (1995). Processing discontinuous lexical items: A reply to Frazier. Cognition, 55, 219-221. doi:10.1016/0010-0277(94)00657-7.

    Abstract

    Comments on a study by Frazier and others on Dutch-language lexical processing. Claims that the control condition in the experiment was inadequate and that an assumption made by Frazier about closed class verbal items is inaccurate, and proposes an alternative account of a subset of the data from the experiment
  • Kempen, G. (1995). Processing separable complex verbs in Dutch: Comments on Frazier, Flores d'Arcais, and Coolen (1993). Cognition, 54, 353-356. doi:10.1016/0010-0277(94)00649-6.

    Abstract

    Raises objections to L. Frazier et al's (see record 1994-32229-001) report of an experimental study intended to test Schreuder's (1990) Morphological Integration (MI) model concerning the processing of separable and inseparable verbs and shows that the logic of the experiment is flawed. The problem is rooted in the notion of a separable complex verb. The conclusion is drawn that Frazier et al's experimental data cannot be taken as evidence for the theoretical propositions they develop about the MI model.
  • Kempen, G. (1995). Van leescultuur en beeldcultuur naar internetcultuur. De Psycholoog, 30, 315-319.
  • Kempen, G. (1981). De architectuur van het spreken. TTT: Interdisciplinair Tijdschrift voor Taal & Tekstwetenschap, 1, 110-123.
  • Kempen, G., & Van Wijk, C. (1981). Leren formuleren: Hoe uit opstellen een objektieve index voor formuleervaardigheid afgeleid kan worden. Tijdschrift voor Taalbeheersing, 3, 32-44.
  • Kempen, G., & Fokkema, S. (1981). Ten geleide. Nederlands Tijdschrift voor de Psychologie en haar Grensgebieden, 36, 345-346.
  • Kempen, G. (1981). Taalpsychologie. In H. Duijker, & P. Vroon (Eds.), Codex Psychologicus (pp. 205-221). Amsterdam: Elsevier.
  • Van Wijk, C., & Kempen, G. (1981). Het effect van sociale klasse en gesprekssituatie op het gebruik van connectieven in mondeling en schriftelijk taalgebruik. Tijdschrift voor Taalbeheersing, 3, 203-209.

    Abstract

    Van den Broeck (1977, 1980) heeft een pragmatische interpretatie voorgesteld voor de verschillende wijzen waarop leden van hogere en lagere sociaal-economische klassen hun taaluitingen syntaktisch struktureren. Ter ondersteuning hiervan presenteerde hij gegevens m.b.t. gemiddelde zinscomplexiteit bij sprekers uit twee sociaal- conomische klassen in formele en informele gesprekssituaties. Het in dit artikel gerapporteerde onderzoek slaagt er niet in van den Broeck's uitkomsten te repliceren. Waarschijnlijk berusten ze op een contaminatie van gesprekssituatie met taalkeuze (standaardtaal vs. lokaal dialekt). Mede op basis van de nieuwe gegevens wordt i.p.v. de pragmatische interpretatie een vaardigheidsinterpretatie voorgesteld. T.g.v. vooropleiding en beroep beschikken leden van verschillende sociaal- economische klassen over uiteenlopende vaardigheidsniveaus in verhalend (narrative) en verklarend (expository) taalgebruik. Dit uit zich in het gebruik van connectieven: funktiewoorden die logischsemantische relaties tussen proposities uitdrukken.
  • Kempen, G. (1976). De taalgebruiker in de mens: Een uitzicht over de taalpsychologie. Groningen: H.D. Tjeenk Willink.
  • Kempen, G. (1976). Syntactic constructions as retrieval plans. British Journal of Psychology, 67(2), 149-160. doi:10.1111/j.2044-8295.1976.tb01505.x.

    Abstract

    Four probe latency experiments show that the ‘constituent boundary effect’ (transitions between constituents are more difficult than within constituents) is a retrieval and not a storage phenomenon. The experimental logic used is called paraphrastic reproduction: after verbatim memorization of some sentences, subjects were instructed to reproduce them both in their original wording and in the form of sentences that, whilst preserving the original meaning, embodied different syntactic constructions. Syntactic constructions are defined as pairs which consist of a pattern of conceptual information and a syntactic scheme, i.e. a sequence of syntactic word categories and function words. For example, the sequence noun + finite intransitive main verb (‘John runs’) expresses a conceptual actor-action relationship. It is proposed that for each overlearned and simple syntactic construction there exists a retrieval plan which does the following. It searches through the long-term memory information that has been designated as the conceptual content of the utterance(s) to be produced, looking for a token of its conceptual pattern. The retrieved information is then cast into the format of its syntactic scheme. The organization of such plans is held responsible for the constituent boundary effect.
  • Levelt, W. J. M., & Kempen, G. (1976). Taal. In J. Michon, E. Eijkman, & L. De Klerk (Eds.), Handboek der Psychonomie (pp. 492-523). Deventer: Van Loghum Slaterus.
  • Thomassen, A., & Kempen, G. (1976). Geheugen. In J. A. Michon, E. Eijkman, & L. F. De Klerk (Eds.), Handboek der Psychonomie (pp. 354-387). Deventer: Van Loghum Slaterus.

Share this page