Gerard Kempen

Publications

Displaying 1 - 9 of 9
  • Udden, J., Hulten, A., Schoffelen, J.-M., Lam, N. H. L., Harbusch, K., Van den Bosch, A., Kempen, G., Petersson, K. M., & Hagoort, P. (2022). Supramodal sentence processing in the human brain: fMRI evidence for the influence of syntactic complexity in more than 200 participants. Neurobiology of Language, 3(4), 575-598. doi:10.1162/nol_a_00076.

    Abstract

    This study investigated two questions. One is: To what degree is sentence processing beyond single words independent of the input modality (speech vs. reading)? The second question is: Which parts of the network recruited by both modalities is sensitive to syntactic complexity? These questions were investigated by having more than 200 participants read or listen to well-formed sentences or series of unconnected words. A largely left-hemisphere frontotemporoparietal network was found to be supramodal in nature, i.e., independent of input modality. In addition, the left inferior frontal gyrus (LIFG) and the left posterior middle temporal gyrus (LpMTG) were most clearly associated with left-branching complexity. The left anterior temporal lobe (LaTL) showed the greatest sensitivity to sentences that differed in right-branching complexity. Moreover, activity in LIFG and LpMTG increased from sentence onset to end, in parallel with an increase of the left-branching complexity. While LIFG, bilateral anterior temporal lobe, posterior MTG, and left inferior parietal lobe (LIPL) all contribute to the supramodal unification processes, the results suggest that these regions differ in their respective contributions to syntactic complexity related processing. The consequences of these findings for neurobiological models of language processing are discussed.

    Additional information

    supporting information
  • Kempen, G., & Vosse, T. (1989). Incremental syntactic tree formation in human sentence processing: A cognitive architecture based on activation decay and simulated annealing. Connection Science, 1(3), 273-290. doi:10.1080/09540098908915642.

    Abstract

    A new cognitive architecture is proposed for the syntactic aspects of human sentence processing. The architecture, called Unification Space, is biologically inspired but not based on neural nets. Instead it relies on biosynthesis as a basic metaphor. We use simulated annealing as an optimization technique which searches for the best configuration of isolated syntactic segments or subtrees in the final parse tree. The gradually decaying activation of individual syntactic nodes determines the ‘global excitation level’ of the system. This parameter serves the function of ‘computational temperature’ in simulated annealing. We have built a computer implementation of the architecture which simulates well-known sentence understanding phenomena. We report successful simulations of the psycholinguistic effects of clause embedding, minimal attachment, right association and lexical ambiguity. In addition, we simulated impaired sentence understanding as observable in agrammatic patients. Since the Unification Space allows for contextual (semantic and pragmatic) influences on the syntactic tree formation process, it belongs to the class of interactive sentence processing models.
  • Kempen, G. (1989). Informatiegedragskunde: Pijler van de moderne informatieverzorging. In A. F. Marks (Ed.), Sociaal-wetenschappelijke informatie en kennisvorming in onderzoek, onderzoeksbeleid en beroep (pp. 31-35). Amsterdam: SWIDOC.
  • Kempen, G. (1989). Language generation systems. In I. S. Bátori, W. Lenders, & W. Putschke (Eds.), Computational linguistics: An international handbook on computer oriented language research and applications (pp. 471-480). Berlin/New York: Walter de Gruyter.
  • Kempen, G. (1981). De architectuur van het spreken. TTT: Interdisciplinair Tijdschrift voor Taal & Tekstwetenschap, 1, 110-123.
  • Kempen, G., & Van Wijk, C. (1981). Leren formuleren: Hoe uit opstellen een objektieve index voor formuleervaardigheid afgeleid kan worden. Tijdschrift voor Taalbeheersing, 3, 32-44.
  • Kempen, G., & Fokkema, S. (1981). Ten geleide. Nederlands Tijdschrift voor de Psychologie en haar Grensgebieden, 36, 345-346.
  • Kempen, G. (1981). Taalpsychologie. In H. Duijker, & P. Vroon (Eds.), Codex Psychologicus (pp. 205-221). Amsterdam: Elsevier.
  • Van Wijk, C., & Kempen, G. (1981). Het effect van sociale klasse en gesprekssituatie op het gebruik van connectieven in mondeling en schriftelijk taalgebruik. Tijdschrift voor Taalbeheersing, 3, 203-209.

    Abstract

    Van den Broeck (1977, 1980) heeft een pragmatische interpretatie voorgesteld voor de verschillende wijzen waarop leden van hogere en lagere sociaal-economische klassen hun taaluitingen syntaktisch struktureren. Ter ondersteuning hiervan presenteerde hij gegevens m.b.t. gemiddelde zinscomplexiteit bij sprekers uit twee sociaal- conomische klassen in formele en informele gesprekssituaties. Het in dit artikel gerapporteerde onderzoek slaagt er niet in van den Broeck's uitkomsten te repliceren. Waarschijnlijk berusten ze op een contaminatie van gesprekssituatie met taalkeuze (standaardtaal vs. lokaal dialekt). Mede op basis van de nieuwe gegevens wordt i.p.v. de pragmatische interpretatie een vaardigheidsinterpretatie voorgesteld. T.g.v. vooropleiding en beroep beschikken leden van verschillende sociaal- economische klassen over uiteenlopende vaardigheidsniveaus in verhalend (narrative) en verklarend (expository) taalgebruik. Dit uit zich in het gebruik van connectieven: funktiewoorden die logischsemantische relaties tussen proposities uitdrukken.

Share this page