Displaying 1 - 11 of 11
-
Van de Velde, M., Kempen, G., & Harbusch, K. (2015). Dative alternation and planning scope in spoken language: A corpus study on effects of verb bias in VO and OV clauses of Dutch. Lingua, 165, 92-108. doi:10.1016/j.lingua.2015.07.006.
Abstract
The syntactic structure of main and subordinate clauses is determined to a considerable extent by verb biases. For example, some English and Dutch ditransitive verbs have a preference for the prepositional object dative, whereas others are typically used with the double object dative. In this study, we compare the effect of these biases on structure selection in (S)VO and (S)OV dative clauses in the Corpus of Spoken Dutch (CGN). This comparison allowed us to make inferences about the size of the advance planning scope during spontaneous speaking: If the verb is an obligatory component of clause-level advance planning scope, as is claimed by the hypothesis of hierarchical incrementality, then biases should exert their influence on structure choices, regardless of early (VO) or late (OV) position of the verb in the clause. Conversely, if planning proceeds in a piecemeal fashion, strictly guided by lexical availability, as claimed by linear incrementality, then the verb and its associated biases can only influence structure choices in VO sentences. We tested these predictions by analyzing structure choices in the CGN, using mixed logit models. Our results support a combination of linear and hierarchical incrementality, showing a significant influence of verb bias on structure choices in VO, and a weaker (but still significant) effect in OV clauses -
Kempen, G. (1991). Conjunction reduction and gapping in clause-level coordination: An inheritance-based approach. Computational Intelligence, 7, 357-360. doi:10.1111/j.1467-8640.1991.tb00406.x.
-
Kempen, G., & De Vroomen, P. (
Eds. ). (1991). Informatiewetenschap 1991: Wetenschappelijke bijdragen aan de eerste STINFON-conferentie. Leiden: STINFON. -
De Smedt, K., & Kempen, G. (1991). Segment Grammar: A formalism for incremental sentence generation. In C. Paris, W. Swartout, & W. Mann (
Eds. ), Natural language generation and computational linguistics (pp. 329-349). Dordrecht: Kluwer Academic Publishers.Abstract
Incremental sentence generation imposes special constraints on the representation of the grammar and the design of the formulator (the module which is responsible for constructing the syntactic and morphological structure). In the model of natural speech production presented here, a formalism called Segment Grammar is used for the representation of linguistic knowledge. We give a definition of this formalism and present a formulator design which relies on it. Next, we present an object- oriented implementation of Segment Grammar. Finally, we compare Segment Grammar with other formalisms. -
Van der Veer, G. C., Bagnara, S., & Kempen, G. (1991). Preface. Acta Psychologica, 78, ix. doi:10.1016/0001-6918(91)90002-H.
-
Vosse, T., & Kempen, G. (1991). A hybrid model of human sentence processing: Parsing right-branching, center-embedded and cross-serial dependencies. In M. Tomita (
Ed. ), Proceedings of the Second International Workshop on Parsing Technologies. -
Kempen, G. (1981). De architectuur van het spreken. TTT: Interdisciplinair Tijdschrift voor Taal & Tekstwetenschap, 1, 110-123.
-
Kempen, G., & Van Wijk, C. (1981). Leren formuleren: Hoe uit opstellen een objektieve index voor formuleervaardigheid afgeleid kan worden. Tijdschrift voor Taalbeheersing, 3, 32-44.
-
Kempen, G., & Fokkema, S. (1981). Ten geleide. Nederlands Tijdschrift voor de Psychologie en haar Grensgebieden, 36, 345-346.
-
Kempen, G. (1981). Taalpsychologie. In H. Duijker, & P. Vroon (
Eds. ), Codex Psychologicus (pp. 205-221). Amsterdam: Elsevier. -
Van Wijk, C., & Kempen, G. (1981). Het effect van sociale klasse en gesprekssituatie op het gebruik van connectieven in mondeling en schriftelijk taalgebruik. Tijdschrift voor Taalbeheersing, 3, 203-209.
Abstract
Van den Broeck (1977, 1980) heeft een pragmatische interpretatie voorgesteld voor de verschillende wijzen waarop leden van hogere en lagere sociaal-economische klassen hun taaluitingen syntaktisch struktureren. Ter ondersteuning hiervan presenteerde hij gegevens m.b.t. gemiddelde zinscomplexiteit bij sprekers uit twee sociaal- conomische klassen in formele en informele gesprekssituaties. Het in dit artikel gerapporteerde onderzoek slaagt er niet in van den Broeck's uitkomsten te repliceren. Waarschijnlijk berusten ze op een contaminatie van gesprekssituatie met taalkeuze (standaardtaal vs. lokaal dialekt). Mede op basis van de nieuwe gegevens wordt i.p.v. de pragmatische interpretatie een vaardigheidsinterpretatie voorgesteld. T.g.v. vooropleiding en beroep beschikken leden van verschillende sociaal- economische klassen over uiteenlopende vaardigheidsniveaus in verhalend (narrative) en verklarend (expository) taalgebruik. Dit uit zich in het gebruik van connectieven: funktiewoorden die logischsemantische relaties tussen proposities uitdrukken.
Share this page