Displaying 1 - 11 of 11
-
Segaert, K., Kempen, G., Petersson, K. M., & Hagoort, P. (2013). Syntactic priming and the lexical boost effect during sentence production and sentence comprehension: An fMRI study. Brain and Language, 124, 174-183. doi:10.1016/j.bandl.2012.12.003.
Abstract
Behavioral syntactic priming effects during sentence comprehension are typically observed only if both the syntactic structure and lexical head are repeated. In contrast, during production syntactic priming occurs with structure repetition alone, but the effect is boosted by repetition of the lexical head. We used fMRI to investigate the neuronal correlates of syntactic priming and lexical boost effects during sentence production and comprehension. The critical measure was the magnitude of fMRI adaptation to repetition of sentences in active or passive voice, with or without verb repetition. In conditions with repeated verbs, we observed adaptation to structure repetition in the left IFG and MTG, for active and passive voice. However, in the absence of repeated verbs, adaptation occurred only for passive sentences. None of the fMRI adaptation effects yielded differential effects for production versus comprehension, suggesting that sentence comprehension and production are subserved by the same neuronal infrastructure for syntactic processing.Additional information
Segaert_Supplementary_data_2013.docx -
Kempen, G., & Vosse, T. (1992). A language-sensitive text editor for Dutch. In P. O’Brian Holt, & N. Williams (
Eds. ), Computers and writing: State of the art (pp. 68-77). Dordrecht: Kluwer Academic Publishers.Abstract
Modern word processors begin to offer a range of facilities for spelling, grammar and style checking in English. For the Dutch language hardly anything is available as yet. Many commercial word processing packages do include a hyphenation routine and a lexicon-based spelling checker but the practical usefulness of these tools is limited due to certain properties of Dutch orthography, as we will explain below. In this chapter we describe a text editor which incorporates a great deal of lexical, morphological and syntactic knowledge of Dutch and monitors the orthographical quality of Dutch texts. Section 1 deals with those aspects of Dutch orthography which pose problems to human authors as well as to computational language sensitive text editing tools. In section 2 we describe the design and the implementation of the text editor we have built. Section 3 is mainly devoted to a provisional evaluation of the system. -
Kempen, G. (1992). Generation. In W. Bright (
Ed. ), International encyclopedia of linguistics (pp. 59-61). New York: Oxford University Press. -
Kempen, G. (1992). Language technology and language instruction: Computational diagnosis of word level errors. In M. Swartz, & M. Yazdani (
Eds. ), Intelligent tutoring systems for foreign language learning: The bridge to international communication (pp. 191-198). Berlin: Springer. -
Kempen, G. (1992). Grammar based text processing. Document Management: Nieuwsbrief voor Documentaire Informatiekunde, 1(2), 8-10.
-
Kempen, G. (1992). Second language acquisition as a hybrid learning process. In F. Engel, D. Bouwhuis, T. Bösser, & G. d'Ydewalle (
Eds. ), Cognitive modelling and interactive environments in language learning (pp. 139-144). Berlin: Springer. -
Kempen, G. (1981). De architectuur van het spreken. TTT: Interdisciplinair Tijdschrift voor Taal & Tekstwetenschap, 1, 110-123.
-
Kempen, G., & Van Wijk, C. (1981). Leren formuleren: Hoe uit opstellen een objektieve index voor formuleervaardigheid afgeleid kan worden. Tijdschrift voor Taalbeheersing, 3, 32-44.
-
Kempen, G., & Fokkema, S. (1981). Ten geleide. Nederlands Tijdschrift voor de Psychologie en haar Grensgebieden, 36, 345-346.
-
Kempen, G. (1981). Taalpsychologie. In H. Duijker, & P. Vroon (
Eds. ), Codex Psychologicus (pp. 205-221). Amsterdam: Elsevier. -
Van Wijk, C., & Kempen, G. (1981). Het effect van sociale klasse en gesprekssituatie op het gebruik van connectieven in mondeling en schriftelijk taalgebruik. Tijdschrift voor Taalbeheersing, 3, 203-209.
Abstract
Van den Broeck (1977, 1980) heeft een pragmatische interpretatie voorgesteld voor de verschillende wijzen waarop leden van hogere en lagere sociaal-economische klassen hun taaluitingen syntaktisch struktureren. Ter ondersteuning hiervan presenteerde hij gegevens m.b.t. gemiddelde zinscomplexiteit bij sprekers uit twee sociaal- conomische klassen in formele en informele gesprekssituaties. Het in dit artikel gerapporteerde onderzoek slaagt er niet in van den Broeck's uitkomsten te repliceren. Waarschijnlijk berusten ze op een contaminatie van gesprekssituatie met taalkeuze (standaardtaal vs. lokaal dialekt). Mede op basis van de nieuwe gegevens wordt i.p.v. de pragmatische interpretatie een vaardigheidsinterpretatie voorgesteld. T.g.v. vooropleiding en beroep beschikken leden van verschillende sociaal- economische klassen over uiteenlopende vaardigheidsniveaus in verhalend (narrative) en verklarend (expository) taalgebruik. Dit uit zich in het gebruik van connectieven: funktiewoorden die logischsemantische relaties tussen proposities uitdrukken.
Share this page