Displaying 1 - 12 of 12
-
Kempen, G. (1994). De mythe van het woordbeeld: Spellingherziening taalpsychologisch doorgelicht. Spektator, tijdschrift voor Neerlandistiek, 23, 292-301.
-
Kempen, G. (1994). In de grammaticadiscussie is de empirie aan zet. Levende Talen, 486, 27-28.
-
Kempen, G. (1994). Innovative language checking software for Dutch. In J. Van Gent, & E. Peeters (
Eds. ), Proceedings of the 2e Dag van het Document (pp. 99-100). Delft: TNO Technisch Physische Dienst. -
Kempen, G. (1994). Klare taal: Zicht op zinsbouw. Natuur en Techniek, 62, 380-391.
-
Kempen, G. (1994). Nederlands als computertaal. EMNET: Nieuwsbrief Elektronische Media, 2, 9-12.
-
Kempen, G. (1994). The unification space: A hybrid model of human syntactic processing [Abstract]. In Cuny 1994 - The 7th Annual CUNY Conference on Human Sentence Processing. March 17-19, 1994. CUNY Graduate Center, New York.
-
Kempen, G., & Dijkstra, A. (1994). Toward an integrated system for grammar, writing and spelling instruction. In L. Appelo, & F. De Jong (
Eds. ), Computer-Assisted Language Learning: Proceedings of the Seventh Twente Workshop on Language Technology (pp. 41-46). Enschede: University of Twente. -
Kempen, G. (1981). De architectuur van het spreken. TTT: Interdisciplinair Tijdschrift voor Taal & Tekstwetenschap, 1, 110-123.
-
Kempen, G., & Van Wijk, C. (1981). Leren formuleren: Hoe uit opstellen een objektieve index voor formuleervaardigheid afgeleid kan worden. Tijdschrift voor Taalbeheersing, 3, 32-44.
-
Kempen, G., & Fokkema, S. (1981). Ten geleide. Nederlands Tijdschrift voor de Psychologie en haar Grensgebieden, 36, 345-346.
-
Kempen, G. (1981). Taalpsychologie. In H. Duijker, & P. Vroon (
Eds. ), Codex Psychologicus (pp. 205-221). Amsterdam: Elsevier. -
Van Wijk, C., & Kempen, G. (1981). Het effect van sociale klasse en gesprekssituatie op het gebruik van connectieven in mondeling en schriftelijk taalgebruik. Tijdschrift voor Taalbeheersing, 3, 203-209.
Abstract
Van den Broeck (1977, 1980) heeft een pragmatische interpretatie voorgesteld voor de verschillende wijzen waarop leden van hogere en lagere sociaal-economische klassen hun taaluitingen syntaktisch struktureren. Ter ondersteuning hiervan presenteerde hij gegevens m.b.t. gemiddelde zinscomplexiteit bij sprekers uit twee sociaal- conomische klassen in formele en informele gesprekssituaties. Het in dit artikel gerapporteerde onderzoek slaagt er niet in van den Broeck's uitkomsten te repliceren. Waarschijnlijk berusten ze op een contaminatie van gesprekssituatie met taalkeuze (standaardtaal vs. lokaal dialekt). Mede op basis van de nieuwe gegevens wordt i.p.v. de pragmatische interpretatie een vaardigheidsinterpretatie voorgesteld. T.g.v. vooropleiding en beroep beschikken leden van verschillende sociaal- economische klassen over uiteenlopende vaardigheidsniveaus in verhalend (narrative) en verklarend (expository) taalgebruik. Dit uit zich in het gebruik van connectieven: funktiewoorden die logischsemantische relaties tussen proposities uitdrukken.
Share this page