Displaying 1 - 13 of 13
-
Udden, J., Hulten, A., Schoffelen, J.-M., Lam, N. H. L., Harbusch, K., Van den Bosch, A., Kempen, G., Petersson, K. M., & Hagoort, P. (2022). Supramodal sentence processing in the human brain: fMRI evidence for the influence of syntactic complexity in more than 200 participants. Neurobiology of Language, 3(4), 575-598. doi:10.1162/nol_a_00076.
Abstract
This study investigated two questions. One is: To what degree is sentence processing beyond single words independent of the input modality (speech vs. reading)? The second question is: Which parts of the network recruited by both modalities is sensitive to syntactic complexity? These questions were investigated by having more than 200 participants read or listen to well-formed sentences or series of unconnected words. A largely left-hemisphere frontotemporoparietal network was found to be supramodal in nature, i.e., independent of input modality. In addition, the left inferior frontal gyrus (LIFG) and the left posterior middle temporal gyrus (LpMTG) were most clearly associated with left-branching complexity. The left anterior temporal lobe (LaTL) showed the greatest sensitivity to sentences that differed in right-branching complexity. Moreover, activity in LIFG and LpMTG increased from sentence onset to end, in parallel with an increase of the left-branching complexity. While LIFG, bilateral anterior temporal lobe, posterior MTG, and left inferior parietal lobe (LIPL) all contribute to the supramodal unification processes, the results suggest that these regions differ in their respective contributions to syntactic complexity related processing. The consequences of these findings for neurobiological models of language processing are discussed.Additional information
supporting information -
Kempen, G. (1995). De mythe van het woordbeeld: Spellingherziening taalpsychologisch doorgelicht. Onze Taal, 64(11), 275-277.
-
Kempen, G. (1995). Drinken eten mij Nim. Intermediair, 31(19), 41-45.
-
Kempen, G. (1995). 'Hier spreekt men Nederlands'. EMNET: Nieuwsbrief Elektronische Media, 22, 1.
-
Kempen, G. (1995). IJ of Y? Onze Taal, 64(9), 205-206.
-
Kempen, G. (1995). Processing discontinuous lexical items: A reply to Frazier. Cognition, 55, 219-221. doi:10.1016/0010-0277(94)00657-7.
Abstract
Comments on a study by Frazier and others on Dutch-language lexical processing. Claims that the control condition in the experiment was inadequate and that an assumption made by Frazier about closed class verbal items is inaccurate, and proposes an alternative account of a subset of the data from the experiment -
Kempen, G. (1995). Processing separable complex verbs in Dutch: Comments on Frazier, Flores d'Arcais, and Coolen (1993). Cognition, 54, 353-356. doi:10.1016/0010-0277(94)00649-6.
Abstract
Raises objections to L. Frazier et al's (see record 1994-32229-001) report of an experimental study intended to test Schreuder's (1990) Morphological Integration (MI) model concerning the processing of separable and inseparable verbs and shows that the logic of the experiment is flawed. The problem is rooted in the notion of a separable complex verb. The conclusion is drawn that Frazier et al's experimental data cannot be taken as evidence for the theoretical propositions they develop about the MI model. -
Kempen, G. (1995). Van leescultuur en beeldcultuur naar internetcultuur. De Psycholoog, 30, 315-319.
-
Kempen, G. (1981). De architectuur van het spreken. TTT: Interdisciplinair Tijdschrift voor Taal & Tekstwetenschap, 1, 110-123.
-
Kempen, G., & Van Wijk, C. (1981). Leren formuleren: Hoe uit opstellen een objektieve index voor formuleervaardigheid afgeleid kan worden. Tijdschrift voor Taalbeheersing, 3, 32-44.
-
Kempen, G., & Fokkema, S. (1981). Ten geleide. Nederlands Tijdschrift voor de Psychologie en haar Grensgebieden, 36, 345-346.
-
Kempen, G. (1981). Taalpsychologie. In H. Duijker, & P. Vroon (
Eds. ), Codex Psychologicus (pp. 205-221). Amsterdam: Elsevier. -
Van Wijk, C., & Kempen, G. (1981). Het effect van sociale klasse en gesprekssituatie op het gebruik van connectieven in mondeling en schriftelijk taalgebruik. Tijdschrift voor Taalbeheersing, 3, 203-209.
Abstract
Van den Broeck (1977, 1980) heeft een pragmatische interpretatie voorgesteld voor de verschillende wijzen waarop leden van hogere en lagere sociaal-economische klassen hun taaluitingen syntaktisch struktureren. Ter ondersteuning hiervan presenteerde hij gegevens m.b.t. gemiddelde zinscomplexiteit bij sprekers uit twee sociaal- conomische klassen in formele en informele gesprekssituaties. Het in dit artikel gerapporteerde onderzoek slaagt er niet in van den Broeck's uitkomsten te repliceren. Waarschijnlijk berusten ze op een contaminatie van gesprekssituatie met taalkeuze (standaardtaal vs. lokaal dialekt). Mede op basis van de nieuwe gegevens wordt i.p.v. de pragmatische interpretatie een vaardigheidsinterpretatie voorgesteld. T.g.v. vooropleiding en beroep beschikken leden van verschillende sociaal- economische klassen over uiteenlopende vaardigheidsniveaus in verhalend (narrative) en verklarend (expository) taalgebruik. Dit uit zich in het gebruik van connectieven: funktiewoorden die logischsemantische relaties tussen proposities uitdrukken.
Share this page