Displaying 1 - 10 of 10
-
Dijkstra, T., & Kempen, G. (1997). Het taalgebruikersmodel. In H. Hulshof, & T. Hendrix (
Eds. ), De taalcentrale. Amsterdam: Bulkboek. -
Kempen, G. (1997). De ontdubbelde taalgebruiker: Maken taalproductie en taalperceptie gebruik van één en dezelfde syntactische processor? [Abstract]. In 6e Winter Congres NvP. Programma and abstracts (pp. 31-32). Nederlandse Vereniging voor Psychonomie.
-
Kempen, G., Kooij, A., & Van Leeuwen, T. (1997). Do skilled readers exploit inflectional spelling cues that do not mirror pronunciation? An eye movement study of morpho-syntactic parsing in Dutch. In Abstracts of the Orthography Workshop "What spelling changes". Nijmegen: Max Planck Institute for Psycholinguistics.
-
Kempen, G. (1997). Taalpsychologie week. In Wetenschappelijke Scheurkalender 1998. Beek: Natuur & Techniek.
Abstract
[Seven one-page psycholinguistic sketches] -
Kempen, G. (1997). Van taalbarrières naar linguïstische snelwegen: Inrichting van een technische taalinfrastructuur voor het Nederlands. Grenzen aan veeltaligheid: Taalgebruik en bestuurlijke doeltreffendheid in de instellingen van de Europese Unie, 43-48.
-
Kempen, G. (1981). De architectuur van het spreken. TTT: Interdisciplinair Tijdschrift voor Taal & Tekstwetenschap, 1, 110-123.
-
Kempen, G., & Van Wijk, C. (1981). Leren formuleren: Hoe uit opstellen een objektieve index voor formuleervaardigheid afgeleid kan worden. Tijdschrift voor Taalbeheersing, 3, 32-44.
-
Kempen, G., & Fokkema, S. (1981). Ten geleide. Nederlands Tijdschrift voor de Psychologie en haar Grensgebieden, 36, 345-346.
-
Kempen, G. (1981). Taalpsychologie. In H. Duijker, & P. Vroon (
Eds. ), Codex Psychologicus (pp. 205-221). Amsterdam: Elsevier. -
Van Wijk, C., & Kempen, G. (1981). Het effect van sociale klasse en gesprekssituatie op het gebruik van connectieven in mondeling en schriftelijk taalgebruik. Tijdschrift voor Taalbeheersing, 3, 203-209.
Abstract
Van den Broeck (1977, 1980) heeft een pragmatische interpretatie voorgesteld voor de verschillende wijzen waarop leden van hogere en lagere sociaal-economische klassen hun taaluitingen syntaktisch struktureren. Ter ondersteuning hiervan presenteerde hij gegevens m.b.t. gemiddelde zinscomplexiteit bij sprekers uit twee sociaal- conomische klassen in formele en informele gesprekssituaties. Het in dit artikel gerapporteerde onderzoek slaagt er niet in van den Broeck's uitkomsten te repliceren. Waarschijnlijk berusten ze op een contaminatie van gesprekssituatie met taalkeuze (standaardtaal vs. lokaal dialekt). Mede op basis van de nieuwe gegevens wordt i.p.v. de pragmatische interpretatie een vaardigheidsinterpretatie voorgesteld. T.g.v. vooropleiding en beroep beschikken leden van verschillende sociaal- economische klassen over uiteenlopende vaardigheidsniveaus in verhalend (narrative) en verklarend (expository) taalgebruik. Dit uit zich in het gebruik van connectieven: funktiewoorden die logischsemantische relaties tussen proposities uitdrukken.
Share this page