Displaying 1 - 12 of 12
-
Van de Velde, M., Kempen, G., & Harbusch, K. (2015). Dative alternation and planning scope in spoken language: A corpus study on effects of verb bias in VO and OV clauses of Dutch. Lingua, 165, 92-108. doi:10.1016/j.lingua.2015.07.006.
Abstract
The syntactic structure of main and subordinate clauses is determined to a considerable extent by verb biases. For example, some English and Dutch ditransitive verbs have a preference for the prepositional object dative, whereas others are typically used with the double object dative. In this study, we compare the effect of these biases on structure selection in (S)VO and (S)OV dative clauses in the Corpus of Spoken Dutch (CGN). This comparison allowed us to make inferences about the size of the advance planning scope during spontaneous speaking: If the verb is an obligatory component of clause-level advance planning scope, as is claimed by the hypothesis of hierarchical incrementality, then biases should exert their influence on structure choices, regardless of early (VO) or late (OV) position of the verb in the clause. Conversely, if planning proceeds in a piecemeal fashion, strictly guided by lexical availability, as claimed by linear incrementality, then the verb and its associated biases can only influence structure choices in VO sentences. We tested these predictions by analyzing structure choices in the CGN, using mixed logit models. Our results support a combination of linear and hierarchical incrementality, showing a significant influence of verb bias on structure choices in VO, and a weaker (but still significant) effect in OV clauses -
Kempen, G., & Harbusch, K. (2003). A corpus study into word order variation in German subordinate clauses: Animacy affects linearization independently of function assignment. In Proceedings of AMLaP 2003 (pp. 153-154). Glasgow: Glasgow University.
-
Kempen, G., & Harbusch, K. (2003). Dutch and German verb clusters in performance grammar. In P. A. Seuren, & G. Kempen (
Eds. ), Verb constructions in German and Dutch (pp. 185-221). Amsterdam: Benjamins. -
Kempen, G., & Harbusch, K. (2003). An artificial opposition between grammaticality and frequency: Comment on Bornkessel, Schlesewsky & Friederici (2002). Cognition, 90(2), 205-210 [Rectification on p. 215]. doi:10.1016/S0010-0277(03)00145-8.
Abstract
In a recent Cognition paper (Cognition 85 (2002) B21), Bornkessel, Schlesewsky, and Friederici report ERP data that they claim “show that online processing difficulties induced by word order variations in German cannot be attributed to the relative infrequency of the constructions in question, but rather appear to reflect the application of grammatical principles during parsing” (p. B21). In this commentary we demonstrate that the posited contrast between grammatical principles and construction (in)frequency as sources of parsing problems is artificial because it is based on factually incorrect assumptions about the grammar of German and on inaccurate corpus frequency data concerning the German constructions involved. -
Kempen, G. (2003). Language generation. In W. Frawley (
Ed. ), International encyclopedia of linguistics (pp. 362-364). New York: Oxford University Press. -
Kempen, G., & Harbusch, K. (2003). Word order scrambling as a consequence of incremental sentence production. In H. Härtl, & H. Tappe (
Eds. ), Mediating between concepts and grammar (pp. 141-164). Berlin: Mouton de Gruyter. -
Seuren, P. A. M., & Kempen, G. (
Eds. ). (2003). Verb constructions in German and Dutch. Amsterdam: Benjamins. -
Kempen, G. (1981). De architectuur van het spreken. TTT: Interdisciplinair Tijdschrift voor Taal & Tekstwetenschap, 1, 110-123.
-
Kempen, G., & Van Wijk, C. (1981). Leren formuleren: Hoe uit opstellen een objektieve index voor formuleervaardigheid afgeleid kan worden. Tijdschrift voor Taalbeheersing, 3, 32-44.
-
Kempen, G., & Fokkema, S. (1981). Ten geleide. Nederlands Tijdschrift voor de Psychologie en haar Grensgebieden, 36, 345-346.
-
Kempen, G. (1981). Taalpsychologie. In H. Duijker, & P. Vroon (
Eds. ), Codex Psychologicus (pp. 205-221). Amsterdam: Elsevier. -
Van Wijk, C., & Kempen, G. (1981). Het effect van sociale klasse en gesprekssituatie op het gebruik van connectieven in mondeling en schriftelijk taalgebruik. Tijdschrift voor Taalbeheersing, 3, 203-209.
Abstract
Van den Broeck (1977, 1980) heeft een pragmatische interpretatie voorgesteld voor de verschillende wijzen waarop leden van hogere en lagere sociaal-economische klassen hun taaluitingen syntaktisch struktureren. Ter ondersteuning hiervan presenteerde hij gegevens m.b.t. gemiddelde zinscomplexiteit bij sprekers uit twee sociaal- conomische klassen in formele en informele gesprekssituaties. Het in dit artikel gerapporteerde onderzoek slaagt er niet in van den Broeck's uitkomsten te repliceren. Waarschijnlijk berusten ze op een contaminatie van gesprekssituatie met taalkeuze (standaardtaal vs. lokaal dialekt). Mede op basis van de nieuwe gegevens wordt i.p.v. de pragmatische interpretatie een vaardigheidsinterpretatie voorgesteld. T.g.v. vooropleiding en beroep beschikken leden van verschillende sociaal- economische klassen over uiteenlopende vaardigheidsniveaus in verhalend (narrative) en verklarend (expository) taalgebruik. Dit uit zich in het gebruik van connectieven: funktiewoorden die logischsemantische relaties tussen proposities uitdrukken.
Share this page