Gerard Kempen

Publications

Displaying 1 - 7 of 7
  • Kempen, G., & Harbusch, K. (2019). Mutual attraction between high-frequency verbs and clause types with finite verbs in early positions: Corpus evidence from spoken English, Dutch, and German. Language, Cognition and Neuroscience, 34(9), 1140-1151. doi:10.1080/23273798.2019.1642498.

    Abstract

    We report a hitherto unknown statistical relationship between the corpus frequency of finite verbs and their fixed linear positions (early vs. late) in finite clauses of English, Dutch, and German. Compared to the overall frequency distribution of verb lemmas in the corpora, high-frequency finite verbs are overused in main clauses, at the expense of nonfinite verbs. This finite versus nonfinite split of high-frequency verbs is basically absent from subordinate clauses. Furthermore, this “main-clause bias” (MCB) of high-frequency verbs is more prominent in German and Dutch (SOV languages) than in English (an SVO language). We attribute the MCB and its varying effect sizes to faster accessibility of high-frequency finite verbs, which (1) increases the probability for these verbs to land in clauses mandating early verb placement, and (2) boosts the activation of clause plans that assign verbs to early linear positions (in casu: clauses with SVO as opposed to SOV order).

    Additional information

    plcp_a_1642498_sm1530.pdf
  • Segaert, K., Kempen, G., Petersson, K. M., & Hagoort, P. (2013). Syntactic priming and the lexical boost effect during sentence production and sentence comprehension: An fMRI study. Brain and Language, 124, 174-183. doi:10.1016/j.bandl.2012.12.003.

    Abstract

    Behavioral syntactic priming effects during sentence comprehension are typically observed only if both the syntactic structure and lexical head are repeated. In contrast, during production syntactic priming occurs with structure repetition alone, but the effect is boosted by repetition of the lexical head. We used fMRI to investigate the neuronal correlates of syntactic priming and lexical boost effects during sentence production and comprehension. The critical measure was the magnitude of fMRI adaptation to repetition of sentences in active or passive voice, with or without verb repetition. In conditions with repeated verbs, we observed adaptation to structure repetition in the left IFG and MTG, for active and passive voice. However, in the absence of repeated verbs, adaptation occurred only for passive sentences. None of the fMRI adaptation effects yielded differential effects for production versus comprehension, suggesting that sentence comprehension and production are subserved by the same neuronal infrastructure for syntactic processing.

    Additional information

    Segaert_Supplementary_data_2013.docx
  • Kempen, G. (1981). De architectuur van het spreken. TTT: Interdisciplinair Tijdschrift voor Taal & Tekstwetenschap, 1, 110-123.
  • Kempen, G., & Van Wijk, C. (1981). Leren formuleren: Hoe uit opstellen een objektieve index voor formuleervaardigheid afgeleid kan worden. Tijdschrift voor Taalbeheersing, 3, 32-44.
  • Kempen, G., & Fokkema, S. (1981). Ten geleide. Nederlands Tijdschrift voor de Psychologie en haar Grensgebieden, 36, 345-346.
  • Kempen, G. (1981). Taalpsychologie. In H. Duijker, & P. Vroon (Eds.), Codex Psychologicus (pp. 205-221). Amsterdam: Elsevier.
  • Van Wijk, C., & Kempen, G. (1981). Het effect van sociale klasse en gesprekssituatie op het gebruik van connectieven in mondeling en schriftelijk taalgebruik. Tijdschrift voor Taalbeheersing, 3, 203-209.

    Abstract

    Van den Broeck (1977, 1980) heeft een pragmatische interpretatie voorgesteld voor de verschillende wijzen waarop leden van hogere en lagere sociaal-economische klassen hun taaluitingen syntaktisch struktureren. Ter ondersteuning hiervan presenteerde hij gegevens m.b.t. gemiddelde zinscomplexiteit bij sprekers uit twee sociaal- conomische klassen in formele en informele gesprekssituaties. Het in dit artikel gerapporteerde onderzoek slaagt er niet in van den Broeck's uitkomsten te repliceren. Waarschijnlijk berusten ze op een contaminatie van gesprekssituatie met taalkeuze (standaardtaal vs. lokaal dialekt). Mede op basis van de nieuwe gegevens wordt i.p.v. de pragmatische interpretatie een vaardigheidsinterpretatie voorgesteld. T.g.v. vooropleiding en beroep beschikken leden van verschillende sociaal- economische klassen over uiteenlopende vaardigheidsniveaus in verhalend (narrative) en verklarend (expository) taalgebruik. Dit uit zich in het gebruik van connectieven: funktiewoorden die logischsemantische relaties tussen proposities uitdrukken.

Share this page