Displaying 1 - 6 of 6
-
Kempen, G. (2014). Prolegomena to a neurocomputational architecture for human grammatical encoding and decoding. Neuroinformatics, 12, 111-142. doi:10.1007/s12021-013-9191-4.
Abstract
The study develops a neurocomputational architecture for grammatical processing in language production and language comprehension (grammatical encoding and decoding, respectively). It seeks to answer two questions. First, how is online syntactic structure formation of the complexity required by natural-language grammars possible in a fixed, preexisting neural network without the need for online creation of new connections or associations? Second, is it realistic to assume that the seemingly disparate instantiations of syntactic structure formation in grammatical encoding and grammatical decoding can run on the same neural infrastructure? This issue is prompted by accumulating experimental evidence for the hypothesis that the mechanisms for grammatical decoding overlap with those for grammatical encoding to a considerable extent, thus inviting the hypothesis of a single “grammatical coder.” The paper answers both questions by providing the blueprint for a syntactic structure formation mechanism that is entirely based on prewired circuitry (except for referential processing, which relies on the rapid learning capacity of the hippocampal complex), and can subserve decoding as well as encoding tasks. The model builds on the “Unification Space” model of syntactic parsing developed by Vosse & Kempen (2000, 2008, 2009). The design includes a neurocomputational mechanism for the treatment of an important class of grammatical movement phenomena. -
Kempen, G. (1981). De architectuur van het spreken. TTT: Interdisciplinair Tijdschrift voor Taal & Tekstwetenschap, 1, 110-123.
-
Kempen, G., & Van Wijk, C. (1981). Leren formuleren: Hoe uit opstellen een objektieve index voor formuleervaardigheid afgeleid kan worden. Tijdschrift voor Taalbeheersing, 3, 32-44.
-
Kempen, G., & Fokkema, S. (1981). Ten geleide. Nederlands Tijdschrift voor de Psychologie en haar Grensgebieden, 36, 345-346.
-
Kempen, G. (1981). Taalpsychologie. In H. Duijker, & P. Vroon (
Eds. ), Codex Psychologicus (pp. 205-221). Amsterdam: Elsevier. -
Van Wijk, C., & Kempen, G. (1981). Het effect van sociale klasse en gesprekssituatie op het gebruik van connectieven in mondeling en schriftelijk taalgebruik. Tijdschrift voor Taalbeheersing, 3, 203-209.
Abstract
Van den Broeck (1977, 1980) heeft een pragmatische interpretatie voorgesteld voor de verschillende wijzen waarop leden van hogere en lagere sociaal-economische klassen hun taaluitingen syntaktisch struktureren. Ter ondersteuning hiervan presenteerde hij gegevens m.b.t. gemiddelde zinscomplexiteit bij sprekers uit twee sociaal- conomische klassen in formele en informele gesprekssituaties. Het in dit artikel gerapporteerde onderzoek slaagt er niet in van den Broeck's uitkomsten te repliceren. Waarschijnlijk berusten ze op een contaminatie van gesprekssituatie met taalkeuze (standaardtaal vs. lokaal dialekt). Mede op basis van de nieuwe gegevens wordt i.p.v. de pragmatische interpretatie een vaardigheidsinterpretatie voorgesteld. T.g.v. vooropleiding en beroep beschikken leden van verschillende sociaal- economische klassen over uiteenlopende vaardigheidsniveaus in verhalend (narrative) en verklarend (expository) taalgebruik. Dit uit zich in het gebruik van connectieven: funktiewoorden die logischsemantische relaties tussen proposities uitdrukken.
Share this page