Displaying 1 - 6 of 6
-
Udden, J., Hulten, A., Schoffelen, J.-M., Lam, N. H. L., Harbusch, K., Van den Bosch, A., Kempen, G., Petersson, K. M., & Hagoort, P. (2022). Supramodal sentence processing in the human brain: fMRI evidence for the influence of syntactic complexity in more than 200 participants. Neurobiology of Language, 3(4), 575-598. doi:10.1162/nol_a_00076.
Abstract
This study investigated two questions. One is: To what degree is sentence processing beyond single words independent of the input modality (speech vs. reading)? The second question is: Which parts of the network recruited by both modalities is sensitive to syntactic complexity? These questions were investigated by having more than 200 participants read or listen to well-formed sentences or series of unconnected words. A largely left-hemisphere frontotemporoparietal network was found to be supramodal in nature, i.e., independent of input modality. In addition, the left inferior frontal gyrus (LIFG) and the left posterior middle temporal gyrus (LpMTG) were most clearly associated with left-branching complexity. The left anterior temporal lobe (LaTL) showed the greatest sensitivity to sentences that differed in right-branching complexity. Moreover, activity in LIFG and LpMTG increased from sentence onset to end, in parallel with an increase of the left-branching complexity. While LIFG, bilateral anterior temporal lobe, posterior MTG, and left inferior parietal lobe (LIPL) all contribute to the supramodal unification processes, the results suggest that these regions differ in their respective contributions to syntactic complexity related processing. The consequences of these findings for neurobiological models of language processing are discussed.Additional information
supporting information -
Kempen, G. (1981). De architectuur van het spreken. TTT: Interdisciplinair Tijdschrift voor Taal & Tekstwetenschap, 1, 110-123.
-
Kempen, G., & Van Wijk, C. (1981). Leren formuleren: Hoe uit opstellen een objektieve index voor formuleervaardigheid afgeleid kan worden. Tijdschrift voor Taalbeheersing, 3, 32-44.
-
Kempen, G., & Fokkema, S. (1981). Ten geleide. Nederlands Tijdschrift voor de Psychologie en haar Grensgebieden, 36, 345-346.
-
Kempen, G. (1981). Taalpsychologie. In H. Duijker, & P. Vroon (
Eds. ), Codex Psychologicus (pp. 205-221). Amsterdam: Elsevier. -
Van Wijk, C., & Kempen, G. (1981). Het effect van sociale klasse en gesprekssituatie op het gebruik van connectieven in mondeling en schriftelijk taalgebruik. Tijdschrift voor Taalbeheersing, 3, 203-209.
Abstract
Van den Broeck (1977, 1980) heeft een pragmatische interpretatie voorgesteld voor de verschillende wijzen waarop leden van hogere en lagere sociaal-economische klassen hun taaluitingen syntaktisch struktureren. Ter ondersteuning hiervan presenteerde hij gegevens m.b.t. gemiddelde zinscomplexiteit bij sprekers uit twee sociaal- conomische klassen in formele en informele gesprekssituaties. Het in dit artikel gerapporteerde onderzoek slaagt er niet in van den Broeck's uitkomsten te repliceren. Waarschijnlijk berusten ze op een contaminatie van gesprekssituatie met taalkeuze (standaardtaal vs. lokaal dialekt). Mede op basis van de nieuwe gegevens wordt i.p.v. de pragmatische interpretatie een vaardigheidsinterpretatie voorgesteld. T.g.v. vooropleiding en beroep beschikken leden van verschillende sociaal- economische klassen over uiteenlopende vaardigheidsniveaus in verhalend (narrative) en verklarend (expository) taalgebruik. Dit uit zich in het gebruik van connectieven: funktiewoorden die logischsemantische relaties tussen proposities uitdrukken.
Share this page